Kunstenaarsleven, eerste deel

Titel
Kunstenaarsleven, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1906

Overig
1ed 1906

Pagina's
282



258

en afgunstkliekje opgejaagd, of dat er door vreemden werkelijk meer, veel meer geboden werd en 't nummer grooter waarde had, dan ie ooit vermoeden kon. Later werd ie aan die truks en valsche lokkingen meer en meer gewend, ergerde hij zich zelden, 't Was 'n machtsding, begreep hij. Al was hij de rijke, ze waren sterker dan Soonbeek, omdat ze meer wisten op dat gebied. Hij snapte wel, dat hij 't ergst gehaat werd door de kleine samen-koopertjes, joodjes en brutale sjache-raartjes, tegen wie niemand durfde bieden, wijl ze er van leefden en de vuilste taal en bedreigingen uitbraakten, als iemand 't waagde, hooger dan hun klubje te gaan. Daar tusschen stookten en hitsten de makelaars 6p. Ze begrepen niet, wat die schatrijke kerel met al die dingen toch uitvoerde. Hij kocht wiegen, dames-ondergoed, karpetten, handschoenen, jassen, smokings, rijwielen; hij kocht gordijnen, oude matten, gedeukte kachels, lavementspuiten, kanten dassen; hij kocht badkuipen, hoeden, veeren ; vuile matrassen, oude dekens, smerige sjerpen ; hij kocht satijnen rokjes, valsche juweelen en chirurgische spuiten. Ze behoorden hém bij ieder en koop. Heele relletjes gilden ze naar 'm toe. Maar z'n steenbleek gezicht bleef ijzig in schijn-rust. Alleen z'n wimpers trilden fel. Hij bood door met bevend-gillende stem. 't Schorriemorrie oversmakte hem met vloeken ; hij stoorde zich aan niets, hij keek niet om. Hij bood, bood, werd al kalmer en minder gejaagd tegen hun verzet in. Een keer gebeurde 't, dat 'n paar afval-koopers, sjofele zwoegers, weer door hèm overboden werden. In dierlijken angst, dat ze 't rommeltje zich voor den neus zouden zien wegkoopen, was één sjacheraar naar Soonbeek gedrongen en had ruzie gezocht. ,,Jij moth mijn nie op me phoote trapphe !" had 'n zwart-baardige jood 'm toegekrijscht en een stoot voor den buik gegeven. Soonbeek, onthutst, steenbleek, weerde af, zei, dat hij geen voet verzet had. ,,Da' liech'ie, misgazzer." Heviger trilden de wimpers van Soonbeek, die er absoluut niets van begreep. Joodje woedde nog wat door en Soonbeek stotterde, verzocht nu dreigend, hem met rust te laten. Toen plots zag ie 't joodje zich in den

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.