66
van 'n in angst zittend vrouwtje. Hij had 'n provinciaalsch, Geldersch accent, dat de woorden, met al z' scherpe n's, spitste tot iets puntigs, bijna wreeds in z'n mond.
Hij was klein, net als Maurice, maar veel smaller, schraler en onmanlijker ; alleen z'n voorhoofd stond hoog uitgebouwd, echte denkgevel van 'n spekulatief, vernuftig en wijd-omziend handelsman. Z'n oogen, grijzig-blauw, keken, door 't nerveuze ledengetril, soms heel schuw en valsch, alsof ie bang was voor een sterken, rustigen tegenblik. Als ie sprak, sloot ie nu en dan als 'n blinde d' oogen, of keek naar den grond, naar z'n broek en schoenen. En soms probeerde hij in martelend getril van wimpers öp te kijken naar den persoon, met wien hij praatte. Iets fijns, iets hèel sluws en iets kinderlijks leefde er in z'n gezicht, dat blankte als van 'n jonge blondine. Z'n goed verzorgd donkerbruin baardje verweekte erin de scherpte van de koele oogen; als ie rond zich keek en soms éven iemand bleef aanzien, temperde ook 't cynische van z'n altijd glimlachenden spotmond. Alleen z'n hoofdhaar baarde hem droeve zorgen. Dat was nog maar 'n heel dun vlassig kuifje op de kruin, waar ׳ f k al de rozige schedel sterk doorheen gluurde. Aan den kant en rondom z'n hoofd was ie al kaal. Uit z'n dunnig kuifje mid-denhaar had ie nog met veel moeite 'n viezig-plakkerig schei-dinkje weten te prutsen, dat vingerlang pas begon even vóór, en met kromme bochtjes doorliep tot even achter z'n kruin. Hij keek altijd heel bang naar z'n glim-schedel; hij vloekte in zich zelf, dat ie zoo gauw door z'n haren heengegroeid was, hij juist, die altijd zoo solide geleefd had. Hij vond 'n kaalkop naar, vies, maar hij móest zich wel over dat gevoel heen-zetten. Want hij kon toch heel precieus en voornaam doen met z'n witte, tengere, prachtige dameshandjes. Dadelijk zagen Maurice en Louise, dat z'n heel voorkomen dat van 'n rijkgeworden burgermannetje was met zelfgenoegzaam airtje enbrandkasterige onvermurwbaarheid. Maar ook, dat z'n handjes en 't gekoketteer ermee buiten z'n poenig rij kaar ds-bewustzijn stonden. Ze waren heel fijn, die handjes, heel klein en de vingertjes slank en spits als van 'n Memling-bidfiguurtje en toch zonder schralige,