9°
boot af. — Stil, tusschen rumoering, suften de paardkoppen, de voorste vastgetouwd aan paaltjes. Maar ook daar, heel gauw, dromde 't stikvol, schoven al meer karren in, stonden de beesten met de lijven op elkaar ingedrongen, koppen, droef-melankoliek naar beneden, in zorgelijke bepeinzing over 't oorlogend havenrumoer, geraas en gekrijsch. Te wachten, roerloos stonden de beesten, d'r half-leeggeladen karren kleure-jolend in zinkenden zonnedoop, kermis jubel van helblauw, groen, hard-geel, bruin en menie-roode beschildering. Zacht zwiepten de staarten, knokelden schimmel-blanke, goudbruine en donker-bronzen ruggen, gloed-laag beschenen. Van alle kanten manoeuvreerden, tusschen 't geraas van weggeslingerde kisten, de karren zoo dicht mogelijk bij boot waarop geladen moest worden, voor vertrek van den volgenden ochtend. Hoog bestapeld, van achter tot voordek, krioelden de booten in rij vóór den wal. Geen plekje kon onbezet blijven. Dekknechten en kapteins sjouwden gelijkelijk mee met de tuinders, droegen de bakken met vruchten en groenten aan, in zwaren zwoeg, over keiweg en loopplanken. Handiger dan de tuinders wrongen zij zich tusschen de kisten, mand- en zakvrachten door, opstapelend in zwaren smak van uitputting, de nieuwe vrachten. Dwars door elkaar, bouwden ze óp, monumentaal, dat de groentebakken vèr boven verschansing, als 'n kleurig fort van ruw hout, neergeblokt stonden. En overal bij spleetjes, gloeiflitste 't vruchtenrood tusschen het monsterbouwsel van kisten, levend monument van vruchten, gesmoord tegen oranje-brand van wortelen en groen. —
Op alle booten tegelijk, bleef de laatste stapeling aardbei-bakken, langs heel den havenwal neergewolkt in vuur, en de gemeen-beschilderde kisten in ruig koloriet, dansten een kankan van helsche kleuren in 't doorzonde, heete havenrumoer. Zwoele stanken drassigden in de lucht 't zoet uit van de vruchtjes, zwoel-vochtig tusschen de groenten, die opeenge-broeid, voozer verstonken. Over den drogen gloeiend-stoffigen sintelgrond verwalmden geuren, dwarrelde rond, draaikolk van stanken, zoetige en ransige, kanteloeplucht en citroenen, sinaas-