379
Hassel! nog tot November hèb je, en vervloekt! is 't 'r dan niet, dan gaat je boel onherroepelijk an de paal, onherroepelijk !
Deur kraakte open achter notaris, en bediende kwam vragen of notaris wel wist dat 'r vergadering was, en dat de burgemeester al wachtte. En driftig barstte Beemstra uit:
— Dat heb je nou met al die kommissies.. wacht! Is de burgemeester in de salon?.. Ja., donders., wacht! laat de burgemeester maar hier.... Ja Hassel, dat gaat niet., ik moét hier vergaderen.. je moet maar doen of er niemand van de heere is.. bovendien.. zijn 't allemaal krediteuren van je..
En ik heb., werkelijk____ weinig tijd. Notaris draaide zich
naar de deur..
— Hazoo, komt u in, burgemeester! ik heb hier weer 'n slachtoffer van de böonestorm bij mij.. ze schieten uit de grond als paddestoelen. Haha ! lachte ironisch notaris Beemstra, in glimlach burgervader de hand drukkend en op 'n grooten stoel neerdrukkend.
— Hm! de heeren zijn er nog niet! vroeg strak-zelfbewust burgervader.
Vluchtig gestap in de gang klonk. — 'n Deur zwaaide joviaal open en recht op den notaris aan, stapte dokter Troost, zwager Stramme en Dr. Beemstra, zoon van notaris. —
Hij vond 't wel leuk notaris, dat de heeren er bij waren, voelde zich ook sterker tegen den pummel, die wel eens brutaal uit den hoek kon schieten. —
— Heeren, neemt plaats, hee zeg Henri! 'n bizon der geval, waar ook jullie min of meer bij geïnteresseerd bent. — Hassel hier, slachtoffer van den boonestorm natuurlijk, kan z'n hypotheek wéér niet betalen. —
De heeren lachten kiespijnzurig. Stramme monsterde ouë Gerrit, die nog krommig-onderdanig vóór z'n stoel stond. De kassier wou wel 'n grap zeggen op mooie Guurt, maar ouë Gerrit trok zóó 'n bedrukt gezicht, bleek-beverig, dat ie niet durfde.
— Ga zitten Hassel, joviaalde notaris weer. —
Gerrit schoof op puntje van den stoel, zacht bedeesd alsof ie eieren op de zitting kneuzen zou. —