298
rumoer, verklonk 't stedeke in daverend hellegerucht, gloeide en schuimflitste de kleurwoel, donderden de bas-kelen uit hos-stoeten, vergilden de passie-meiden hun hysterischen krijsch-jubel, in snerpenden scheurend feilen klankenmartel er doorheen.
De lucht boven Baanwijk-breede boulevard hing laag en starreloos-duister. In 't diepe midden, den poortigen allée-weg, achter de wafelkraam-ruggen, hing ros-gouden damp, als van 'n uitbrekenden brand, angstig moordrood in revolutienachten, heel den hemel daar in gloed zengend, bang verrood van vlammen, verborgen nog lekkend in kraterigen smeul en windflakker. Hellegloei nevelde boven den boulevard in de rondom duistere lucht.
Van 't Stationsplein af gezien, gloeide daar in mysterisch toovervuur, de heele Baanwijk als een verre, diepe laan, waar doorheen zwirrelden en wemelden donk're menschenstoeten, telkens éven en anders weer aangegloeid in fakkelbrand en toortsenhei, walmend gloedrood, helgeel en oranje damp, vurig door-eenvloeiend voor, tenten en facjades. En tusschen de zwart-ademende lampetten uit, van stalletjes en kraampjes, doken óp van allen kant, vergroot en verwilderd, donk're woelmen-schen in sidderenden nevel; vergroeiend daarin tot titanische wezens, met geweldszwaai van hun belichte armen, den allegorischen gloed van hun vurige oranjekoppen, en de geel-bronzen verflakkering van kermis-hellesfeer die ze omzoog, omtrilde. —
Plots verdwenen de stoeten tusschen duistere mooten en inhammen van tentruggen, 'n end dieper den boulevard óp weer aanrossigend, onder 't krijsch-wilde alarm van hun kermiszang ; verdreunend in lcudde-trampel, langs en om begloeide boomstammen, die zelf verwoest stronkigden in hun schors-kervige wildheid.
Zoo, de stoeten steigerden tusschen de verlichte gevaarten-stammen ; schuifelende troepen, wadend door een val van elektrisch geflakker, blauwpaarsige siddersfeer, dampend van boom tot boom, tent tot tent. En daar achter weer, in duisterig diep, overstroomd plots van avondkleuren, de woeste ommegangen van toortsdragers, waggelende processies, met hun hel-