Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



248

Eerst had z'n vrouw gevloekt en geraasd, dat ze bij die ketters, die vuiliken, geen stap doen zou. Maar met d'r zwanger lijf wou d'r niemand meer hebben in de haal. En 't moest, moést voor wat duiten, nou Wimpie al zwakker, meer versterkende middelen noodig had, veel meer dan anders. Ouë Gerrit had gegromd, voelde met dat roomsche tuig als zwaarder kruis en bijgeloof-ongeluk op z'n dak. Guurt, al verafschuwde zij Ant, kon 't niets schelen en de jongens keken nauw naar schoonzus öm. Zoo kwam 'r wat meer verdiensten bij Kees. Toch zat Ant, met haat en wrok in 'r lijf, dichtgebeten mond van spraak-loozen nijd, bessen en aardbeien te plukken. Dientje en Jansje d'r twee meisjes, die ze anders nooit 'n stap liet zetten, in huis bij Kees' vaar, mochten in den ochtend helpen voor 'n prikje bij den Ouë, omdat ie hield van klein goed, dat niets vroeg en véél werkte, vooral meisjes, 's Middags hurkten ze bij 'n ander tuinder in Duinkijk, voor 't wieden van dahlia's, heel jong nog, en voor de pluk. —

't Weer was omgeslagen op 't laatst van Juli. Veel regenbuien in zwaren ruisch neerstroomend, kletter-kakelden tusschen de bladeren en boomen ; grauwe onrustige lage luchten verduisterden droef 't Wierelandch groen. Met schrik en beven loerde Ouë Gerrit naar z'n groote lap boonen en spersies. Daarin zat z'n bestaan voor dit jaar. Hij had vier millioen stuks te leveren aan de fabriek en 'n geweldige hoeveelheid noodig voor eigen verkoop nog op de groote stad. De vruchten, appelen, peertjes, bessen en frambozen konden 'm eigenlijk geen zier schelen. Dat was kleingoed. Maar nou, met den omdraai van 't weer, vloekte ouë Gerrit omdat ie de vrucht van z'n boonen niet zag zetten en heel veel bloesem al verrotten. — Dag op dag bleef gure winderigheid snerpen, en gietbuien die eerst als drenkende lafenis op 't heet-uitgedroogde land neergeruischt waren, hielden aan, angstiglijk en lang, dat den tuinders de schrik om 't hart sloeg. Soms, tegen den avond kwam de zon even koekeloeren achter grauw gewolk, bleekte weer dampig weg, in nattig grijs. Bang verklonken vage stemmen over den oogst. — En Ouë Gerrit leek 't bangst van allen, brandde zich aan z'n be-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.