Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



176

door de ömdringers heen, in felle taal, om hun dronkeloozen kop te toonen. —-

Laatste stuiptrek van sjouw en ploeter, krampte weer plots öp, in den snikkenden hittemiddag aan 't dok, die stoffig doorzond er geschroeid kookte van licht, en uitsneed z'n strakblauwe walmende schaduws op de keien. De half dronkenen waggelden weer éven vernuchterd, overeind. Duizenden in drang, driftigden daar bijéén, in woeling en sjacher, voelend bij instinkt dat 't de laatste aanvoer zijn zou van 't jaar, aanvoer zöö hevig, zöö vol en overvloedig. —

— De hoogste praiser hep 'm doalik, schreeuwde Dirk, in gul-dronken bui, kregel dat ie niet lekker-broeis, stil en zuipend in de kajuit kon blijven zitten met z'n borrel en z'n pijp.— F'rdomme.... die Ouë.... nou hai hier in de smoorkook die naimt' d'r van.... Nou.. wie mot d'r ? —

't Werd 'n jacht, 'n roes, 'n duizelende storm op de beschonken groenboeren, die waggelden in slappen beenstand, en lolden tegen de wijven. — De meiden glommen en vleiden weer, met geile mondjes en lok-lachjes, in glunderige zoete kijkerijtjes. Ze werkten weer met bloote halzen, blank rokkespul en smijig geplooi en gekreuk van d'r jakkies om borsten, d'r spanrokken om dijen. — Flik-zoete lintjes prikten weer öp en de blanke wellustkoppen gierden, en de handen friemelden weer. —־

Als 't niet ging met zoetig gestreel en weeïg gezanik, braakten ze plots uit 'n heeter stroom van smerigheidjes, met satanisch gevoel, in den laatsten sjacher, daarmee de kerels te overbluffen, te prikkelen en te verhitten. Veel venters, bek-af, stemden toe in prijs, lam en gebroken van sjouw. Anderen, taaier en nuchter nog, hielden vol, begrepen hun eigen kansen, spotten en hoonden, braakten vuil terug uit, weerden de flikflooierijtjes en zoetigen wellusthuiver af, in bijtende woede. Onder gevloek en geraas gaf schorremorrie zich over, omdat ze de waar hebben moésten, en kalm sarrend hielden de nuchteren hand öp, trechtervormig ingediept, om het zweet-plakkerige geld te ontvangen, vast te zuigen, in d'r zwaar-bronzen klepzakken van stinkende broek. —־ Een half beschonken stoet je kerels,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.