120
afhitsende werkkoorts als hadden de kerels zich verzuimd met luistering naar den Jood.
Woester stormden de kroegen leeg en vol. ■— Verhitte zuip-drift stramde de koppen, en zwaarder, paffender in 't zomer-brio, doorregenden geuren en stanken de haven ; verklonk in rommelende donkerte 't lawaai der zwoegers tegen al stillere rood-verre oneindigheid van polder-avondlucht ; hemelkoepel, doorzeild van laatst en klankenjubel en verren vogelenkweel, leeuwerikkenvlucht, donker verstippend de luchtzee door. —
Sneller, al lager sloeg de blink-glanzende gang van 't licht over de haven, als kon de dag niet sterven daar, vloedgolfde 't over de kerels, roodgebrande tronies, nimbus van avondzon, gloedkoppen, verwaasd en verheiligd. — Dwars door denrauw-rumoerenden gruwel van krijschende, furiënde sjacher en zwoeg, over pijpen, masten, zeilbrokken, pramen en sloepen, stroomde avondtooverige gloed, vreemd zilverrood, blond en telkens wisselend in gamma's. Van de porceleinen wolk-torens, gloei-pur-perden de tinnen, vonkten hun gouden ommegangen. — Al lager de lichttoover doezelde over heete havenjoel, gedaver en gezwoeg ; al wijêr glansde stralende purpering, verstillend de luchten, bedampend in wond'ren zonnemist, keien, sintels, en werkers. Paardkoppen droomden in stille, verglijdende glanzen en karren met aardbei en groen, doofden langzaam, bij stukken uit, in doffe zonloosheid. —
Zonnedroom, die uitdoezelde, wegnevelde, in violet gedamp en paarse vlekken, schaduw-fantomen wierp aan walkant, goud-teer vergloorde, tusschen rag touwwerk en masten.
Over bootsrompen, en boegrondingen, waar kleurkopering van roeren en luikjes verbleekte ; over heel het havengeraas, waar werkersopstand in drommen dooreen krioelde, starde al meer de vlam van den hitte-dag, de felle daverende blinkgang van licht, verdampend in wazige tonaliteit, in zilverige schemer-vegen en aarzelend blondrossig-goud.
Tusschen het al donkerder kastanje-geboomte, waar de schemer 't eerst in duisternis verweefde, keken de kerels onder 't lommer nog öp tegen den kleurzang van zonnedag, die lang, heel lang,