ii8
zijn.... gèlaat vèrtrok.... en dat hij.. nu zelf.. bèweert en bèvestigt gèèn pijn te hebbèn.... gèvoeld ? Zoo genees ik lammèn.... blinddèn.... doovèn.... rheumatieken.... met mijnèn wonderdruppels.. mijn vocht., van Valura... Nu zal ik nog dezen.... vriend helpen.... en dan zal ik vertrekkèn.. uit hoofden en onherroepelijk. . zonder aanziens des personen, na te hebben.... aangebodèn.. laatsten voorraad....
Weer bedremmeld stond een derde kerel voor 'm, mond wijd open. Zacht beduidde hij den jongen, dat ie niet noodig had getrokken te worden. Ook hém liet ie spoelen met zijn Valura, en onderhands haalde ie flakons uit z'n tasch in vloeipapiertjes verpakt. — Weer aarzelde verbluffing rond, in den verhitten kijkprop van tuinderskerels en meiden, sjouwers en vrouwen, want weer stamelde de kerel, na twee minuten 't vocht in z'n kies te hebben gezogen, dat ie geen pijn meer voelde. — Naar alle kanten werd ie getrokken en verbluft knikte, stamelde ie uit, nergens pijn meer te voelen. —
— Dat wondèr voor dén prijs.. van vijf èn twintig cènt !
Geen woord kon Moor-Jood meer uitbrengen van vermoeienis. Het zweet drupte als stijfselkorrels vettig op z'n donker hoofd. Van drie kanten uit den kring, drongen lijven öp, grijp-armen vooruit, hoog naar 't tafeltje. Meer niet. Gezicht van den Moor-Jood betrok, zenuwachtig, spijtig, alsof 'r 'n huil draaide rond z'n mond. Maar toch beheerschte ie zich, sprak ie weer met afgetobder, heescher geluid.
Eindelijk, de geholpen kerels, waren weer den kring ingesjok-kerd, schouerbonkend, getrokken en gesleurd, babbelden en schreeuwden ze met ondervragers mee. Wantrouwig landvolkje, beduusd en vergaapt, kwam in beweging. Weer had de Jood getoeterd, schel en hoornhoog den hemel in, spattend z'n klanken, schuimend tegen opsteigerend gewoel, en weer zwaaide ie z'n brandende toortsen tegen al donkerder luchtgoud. Er kwam beweging, woeling in den menschprop, uit elkaar brokkeling van broeierige kluiten. Telkens, slechts twee, drie tegelijk, drongen naar de kruk, met 't kwartje klaar in de hoog gerekte hand. En drukker stalde ie z'n flakons uit, zalig-wach-