275
kleine zieltjes, die in schijn verkwijnen door geïmiteerde melancholie en levenswee.
Ghopin, o sombere ironie, de salon-ziel, gaf juist een zóó fysieke rust en gezondheid wegvretende ziels-tragiek, een zoo in klanken verheerlijkten weemoed en smart, dat de verwoesting van zijn levensgeluk en zijn drievoudig getrapte liefdes-illusies, om tot zülk een overweldigende schoonheid te komen, niet in mindere mate vernield kón zijn!
Musset had 'n cynisch demonisme, een soort onbewust voorvoelen, dat er op jongen leeftijd toch iets vreeselijks met hem gebeuren moest; Shelley had dat ook! Merk b.v. het verschil in het spreken over den vooruit-voorvoelden dood van Shelley en Voltaire. Bij den eerste het échte, bijna delireerende verlangen naar het onbekende, bij den ander het burgerlijk-benauwde en viesjes-in-de-knel-zittende gevoel, dat hem telkens zich bijna stervend doet zien. Bij Shelley een werkelijk grootsche stoutmoedigheid zonder spot, bij Voltaire, den spotter, een benepen, van kramperige angst-knijpjes doorpijnd benauwinkje voor 't sterven zélf.
Ghopin met zijn melancholisch-demonisme moet een dergelijk gevoel gehad hebben als Musset.
Dat visioenair voorvoelen van rampen, dat niemand kan meevoelen als er zelf geen innig ziels-sensitivisme aanwezig is.
Musset nü, de cynisch-demonische, Ghopin de me• lancholiek-demonische.
En over hun menschen-graf, de adem van de roofdierlijke mannen-verslindster: George Sand.
Maar 't belachelijke boek Lucrezia Ploriani is morsdood! En Ghopin leeft voor altijd!