215
zijn waarneming, die hem stempelt tot een der ״dichters der werkelijkheid."
Zola spreekt dan van waarheids-fantasieën, die, schoon steunend op reëele feiten en gebeurtenissen, en gevend werkelijke menschen, als 't ware gebeeld zijn in een vlucht van melancholische of spotzuchtige grilligheid. En in zijn studie over Les frères Zemganno van de De Goncourt's, werkt hij met voorbeelden dit dichter-der-werkelijkheids-begrip nog nader uit.
Telkens als ik iets gelezen had van mevrouw Boudier—Bakker, dacht ik aan deze uiting van Zola, voelde ik onbedwingbare neiging, haar onder de dichters-der-werkelijkheid te rangschikken. Want er is geen fijnere karakteristiek van haar werk en auteurs-eigenschappen te geven. In haar vroegeren arbeid leeft een eigenaardige romantiek, een romantiek geheel beheerscht door een vervaagde realiteit, maar soms toch zoo suggestief reëel, dat 't meest-romantische op 't meest werkelijke, en soms 't meest werkelijke op 't meest romantische ging lijken. In haar werk vermengde zich de realistische waarne-mings-kunst op zulk eigenaardige wijze met de veridealiseerde en verfantaseerde verbeeldingskunst, dat de grens van geen der twee gebieden meer aan te geven viel. In haar analyse en toepassing der realistische waarnemings- en groepeerings-methode, ging haar verfijnde sentiviteit met de psychologie, een geheel eigenzinnig gekozen weg op. Haar psychologie had een vormen-fijnheid, die niets meer met de realiteit gemeen had dan den uiterlijken opzet-in-plastiek. Zonder het wellicht goed te beseffen knoopte haar vrouwelijke natuur 't verband los, dat er moest bestaan tusschen den realistischen vorm en den fantastischen inhoud van haar werk. Groote en zware instincten leefden niet in haar menschen. De wazige psychologie