LEO TOLSTOI. — NAAR AANLEIDING VAN BIROEKOFF's: TOLSTOI's LEVEN.
I.
E werkingen der scheppende critiek, — d. w. z. de critiek die zóó diep verlangt door te dringen in persoon en arbeid van den schrijver, dat alle groote eigenschappen zijns eigen geest en ziel ontbloeien in die analyse, — zou bij de behandeling van een Tolstoi-figuur voor buitengewone moeilijkheden geplaatst worden. Er is geen tweede mensch in onze tegenwoordige wereldletterkunde wiens zieleleven een zoo gecompliceerden hartstochten-groep omsloten houdt, wiens leven zoo magistraal doorstormd werd van groote, natuurlijke tragiek en zoo vol is van psychische gebeurtenissen.
Voor een, in slavisch mysticisme ademend denker, wiens gepeins altijd zacht fleurde in de stille schaduwing van mijmerfijne religieusheid, heeft Tolstoi nog een zekere klaarheid en logische methodiek in zijn synthetische bespiegelingen die een zeer bizon-dere schakeering van zijn analytischen geest om-licht, en zelfs in zijn godsdienstige mijmerijen, in het weekst-
181