172
z'n tragisch twist-naspel ooit door het naïeve tweede deel van den kleinen Johannes weggedoezeld kunnen worden? Neen! dat kan niet. — In dit tweede deel leeft nergens meer het naïeve, onbewuste wonder-droomertje. Z'n schepper zond hem wel naar de toppen van den Olympus, maar met 'n verbonden hoofd en bloedzuchtige handjes. Het droomertje draagt groene kleppen voor de oogen. 't Groote licht, waarover Van Eeden het altijd zoo druk heeft, kan hij niet meer verdragen. De arme kleine Johannes is zwak-ziend geworden. Z'n oogen zoeken de muzen-goden schuchter en als hij 'n god ontmoet, buigt hij zich in nederige onderdanigheid neer, geeft slechts een brief af van zijn vroeger dichterschap en .. . hij kan gaan. Het succes van 't eerste boek zal dit deel nog even opstooten naar ״sferen van sympathie," waar Boeddha en Liberty-das bewonderd worden. Maar 't zal vallen, onherroepelijk! Wat in het eerste deel innig en spontaan was, wordt dadelijk in het tweede deel gekunsteld en bekrompen. Geen pagina is afgelezen, of je ruikt de bestofte slippen van 'n ouder-wetsche schoolmeestersjas. En de handen van den dichter zie je beven onder z'n preekerige gebaren. ״Men is niet zoo heel goed van vertrouwen tegenwoordig en ook niet zeer geduldig." Dit is een der eerste zinnen uit het boekje. Zoetsappigheid met 'n grinnikende grijns. Onverdragelijker naarmate men dieper beseft, hoe weinig deze sneersche zuurheid in den kleinen Johannes thuishoort. In dit tweede deel is de kleine Johannes 'n goed stuk grooter geworden. Er zal 'n derde volgen. Dan is de kleine Johannes 'n lange Johannes geworden en van kiezen-koorts zal hij geen last meer hebben. En toch is dat te betreuren. Wij hadden liever den kleinen Johannes zien klein gebleven en de onbewuste succes-exploitatie