157
volk. De goddelijke maagd met de witte haren heeft den vrijgeest lief, schoon ze rilt van zijn goddelooze gedachten en ontmaskering van priesterlijk bedrog.
Tusschen het verhaal in, nog episodisch de geschiedenis en avonturen van koning Goese en koning Mise, beiden ongehuwd, ook naar de hand van Harimona dingend.
Ziet hier een zeer kort inhouds-schema.
Harimona is voor een groot deel de verzinnebeelding van heidensche natuurmystiek en geloofszin. Zij is van een z.g. fijn-vrouwelijke teederheid, angstig en toch stoutmoedig, een heidensche vrouw, die om haar jeugd en schoonheid niet, maar om haar geestelijke gesteldheid eigenlijk wèl tot de tooverkollen behoort. Tegenover haar staat Sogol. —Sogol is een specifiek Gantersche creatie. Sogol is de heidensche vrijgeest, de pantheïstische droomer en peinzer, die in opstand komt tegen overleveringen en dogma, zich losrukt van planeetlezing en bijgeloofs-legende. Hij is de materialist in Buchneriaanschen zin. Hij wil zich niet laten bang maken. Hij wil zelf denken en onderzoeken. Na zijn ervaringen en proefnemingen begint hij heftig de wereld der goden, der geesten te hoonenl
Als hij in zoo'n bui van uitbarstenden wrevel en toorn goden en geesten uitdaagt, sidderen de menschen om hem heen. Maar hij ziet niet om, vreest god noch duivel, wil alleen de waarheid en niets dan de waarheid. Ziet hier een citaat; kenmerkend voor het Sogolsche denken, — als hij door vrouwen in slaap gemaakt, bemerkt vastgebonden te zijn, om van dorst en honger te moeten sterven. De prins peinst: ״Wanneer zijn levensgeest was geweken, zou dit lichaam, dat nu nog ademde, welks zwaarte hij nu nog voelde, dat zijn levenskracht verraadde door 't kloppen van 't hart, het zware bonzen van de slapen, het zweeten