75
bef, toga en baret worstelden en woelden nü al woest en beleedigend tegen elkaar in. Alle in-zich-zelfge-keerdheid en toegespitstheid kreeg ransel van die vurig-stotterende knapen.
Weer drong een troepje laatkomers binnen.
Semi-arts Bruinsma, jonge, blonde reus met messcherp profiel. Zijn stem klonk trillend-diep en vol. Geestig-vroolijke kwant. Nihilist. Schoof dadelijk naar de dames.
Jurist Hoeyendos, kraan in Nederlandsch Staatsrecht, — hij repeteerde Kranenburg uit zijn hoofd, — raakte slaags met Van Haaften, dien hij lieftallig, met zweempje ironie: simia in pelle leonis doopte; in den gevleugelden stijl van den oud-Gymnasiast zélf. Tegen diplomatischen Hoeyendos, spotlustige zonder hartstocht, was geen hunner opgewassen. Hoeyendos sprak virtuoos-brillant, met stylistische en declamatorische effecten en wendingen, als een geboren redenaar. Zijn knap, ironisch-spiritueel gelaat scheen alléén lachende beminlijkheid en hoofschheid. Hij smoorde zijn eigen heftige vitaliteit in ׳tucht. Hij versloeg alle debaters uit Studieclubs, maar zoo wreed-fijn en voornaam, dat zijn meest gehavende tegenstander hem nog allervriendelijkst meende te moeten bejegenen. Hij, en twee jonge student-dichters, raadden het oprichten van een nieuwe periodiek klemmend af. Er waren al zooveel klak-kliekjes en kringetjes! In de bestaande tijdschriften kon genoeg gezegd worden.
— Grondwetsherziening dames,...... afstemming
heeren!... Bekijkt het van Staatskant,... de waarborgen der geestelijke vrijheid blijven toch streng gehandhaafd...
Hoeyendos telde vele toonaangevende jongeren in literatuur en kunst, onder zijn trouwste vrienden in Corps en U. S. A. Zij snakten zelf, volgezogen van dualisme, naar concentratie, maar met volkomen