356
Navarro fronste éven de brauwen, maar sneller nog keek hij dol-verlekkerd naar de gebakken broekjes, in boter zwemmend. Zijn bovenste oogleden vielen dicht van het smulgenot, dat hem wachtte.
— Als de boortmart maar rustig blijft, geloof ik 't wel!
Boorthandelaar Navarro zuchtte van verlichting en begon zwaar te smakken. Zijn groene oogen sprankelden vuur uit. Alleen op de Club wisten ze, dat Navarro kromtrok onder het rammeiende gezag van zijn boenderachtige vrouw. Zij sprong over een strootje en snerkte van schimpscheuten. Zij gunde den ouden Navarro geen bonkje kaas. Uitgehongerd stapte hij de Club binnen, met opgezwollen kop. Navarro kwam iederen avond veel te laat thuis van de gok-groep. Dan barstte zijn woedend krachtwijf los en dreigde met gebalde vuisten. Schrik vrat in zijn hart. Navarro kroop stil voorbij en stotterde alleen ,,goeien avend". De rest zei zijn vrouwtje wél!
Alles werd bekletst, bijeengeplakt of tot flarden gescheurd in het viermannen-clubje, hét ijdele intellect van de Beurszaal, door David Krein grootmoediglijk met zijn gezag ondersteund.
Zij schertsten over jongste diamant-wegerij-juffrouw, over haar aanlokkelijke en verteederende puberteit. Over het fleurige jubileum van den Beiïrs-voorzitter, over de bezetenheid van oorlogsheete Japanners en het vlammende Sjanghai. Henri Polak's bonte week-kronieken in „Het Volk" kwamen op de proppen, achterhaald door een beschouwing over de zaak Rosenstrauch; Kimberley wel of niet op de flesch. Een schreeuwer begon te vertellen, welke vreemdelingen er „óver" waren uit New York, Berlijn, Parijs, Italië......
Toen plots met een debat-zwenking, ging het vier