354
zich in een hoek, bij de restaurant-deur en hielden laatdunkend, vlootschouw. Zij lachten luid om allerlei stuntelige klaaggesprekken. Zij lachten schei-overmoedig en bestelden misbaarlijk, koffie met gember-geurige bolussen. Een frissche groep hoeders der jongste generatie, die zich niet wilde laten meesleuren door de misère. Zij gooiden grollige ״bakken" naar de groote tafel, waar leden zaten, té hartstochtelijk in beslag genomen door een roulette, dan dat zij konden luisteren naar flauwe grapjes. Om een gratis drinkgelag knetterde het in koper-flikkerend fortuinradje.
Een oudere boorthandelaar, Navarro, met indigo-kleurigen, opgezwollen kop, aangelokt door de leutige koelte van hun conversatie, plakte zich naast de vier luidruchtige jonge kooplieden en bestelde welbehage-lijk, met trillende stem, mooie, bruin-gebakken kuitjes op versch brood. De jonge kooplieden dolden over eikaars hoofden heen tegen vraatzuchtigen boorthandelaar Navarro.
Rosharige Maurits van der Veen, met bleek, geestig-gesneden gezicht, — denk-nar noemde hij zichzelf, — spotte nijpend:
— Ik ben 'n denknar... Maar 'n hofnar is 'n blaas,... een zweer van venijn... en ik ben zoo-maar een nar... die zoo-maar de waarheid zegt!...
— Nar, narrisj, nierisj!... schreeuwde Navarro.
Rosharige van der Veen vervolgde sarrend:
— Ik begrijp er niets meer van, meneer Navarro... U wordt van al de vreeselijke schokken in den boort-
handel als maar dikker en blozender!...... Krijg jij
porties room gestuurd van Moppes uit Londen?...
Navarro's fel-groene oogen sperden. Liep hij of die kerel nou met molentjes?
Van der Veen hekelde luw voort en zijn geestig-bleek snuit sarde, in een ironisch glimlachje:
— Ik begrijp er niets meer van... In de reglementen