193
mevrouwtje! Die beddenwarmer? Een prachtstuk koper... Hollandsch meneer, zeventiende en achttiendeeeuw! Deftsch die snuifpotten? Ben u noozel?... Echt Engelsch. Die driepoots-kranenkan... prachttin, Zeeuwsch, heel oud en Friesch. Nee-nee, meneer... dat binne echte oud-Hollandsche tegelen... as-ik-u-zeg! Dat mesjokkene springpaard d'r op, ook, veertiende eeuw... sebliem!... O, die Friesche staande klok?... tokoud... zóó regelrecht uit de Weesper-straat, uit de menottes van Lepelaar...
Dan lachte Sallie en sperde de vogeloogen en exploiteerde hij zijn eigen dom gezicht. Met alles werd toch geknoeid en alles werd toch vervalscht en nagebootst. Adam's Hof was ook maar aardsche stof! Zijn een zorg! Maar dat was niet Sallie's gronddrift. Zijn heele wezen werd eigenlijk van felle tweespalt doorkerfd. Hij beleefde geen vreugde aan gemaakte ver-valschingen. Vond hij prutserig, aardige bijverdienste. Nu ja, al die sausjes en goudlakjes werkten wel wat uit, maar het bleef linkerij en stomme imitatie. Je kon er aartsbête klantjes mee linken, a la bonne heure! Maar het liep op niks uit; het bracht geen schok. Aftroggelen, écht antiek, dat was wat. Kon je diep bij
ademen. Echte, het échte...... Daarom was er een
brandende tweespalt in zijn wezen. Hij verachtte het knutselen en knoeien en hij deed het zelf voor een boterham. Maar zijn eigen ,,ontdekkingen" ver-valschte hij nooit-en-de-nimmer. Een heele kunst, om wat armoezaaiers, honger-schilders, te laten opwerken, afmaken en bijprutsen! Hij spoog op certificaten. Wisten ze veel!... Wist hijzelf ook veel van kerken en kerkscheuringen! Toch stond hij uit het vlooien-volk klaar voor alsoorten oud-Gothiek-meubeltjes, voor aanrechten en stoelen, voor heiligen-beeldjes niet het minst, al kwamen ze kersversch uit Mechelen, geschonden overschotjes van leverantie op Amerika,
Menottes (Fransch argot): handen.
13
Menschenharten