139
van voddenpakhuizen en stinkende beenderen om je
heen...... Inoewie!...... Maar nooit-en-de-nimmer
sjakende hij meer. Hij passeerde zijn eerewoord!... En letst, op Soekous had hij gezworen nooit en nimmer meer één poot uit te steken op Sjabbes, une fois pour toutes!...
Josua viel bedeesd bij:
— Mor niet tege wat Onze Lieve Heer doet!......
Alles naar ze soort... De Algoede steunt vallende en geneest zieke... Je slaap doch nog nie in 't stof?...
Sallie ontstelde. Die Josua had altijd zoo iets geest׳■ vervoerends in zijn oogen en in zijn stem, zoodra hij over Onzen Lieven Heer sprak, dat Sallie ervan beefde! Die kleinzeerige Pottegies,... hoe was 't god-menschemogelijk!... Zei hem daar zoo maar hier...
,,je slaap doch nog nie in 't stof?"...... Dat was de
Dood... noh!... Hei je 't ooit zoo krom op Cirkus Blanus gezien? Zelfs een sprokkelbeursje van Armenzorg wees Hereira af... en toch geen hoovaardij!
Josua Hereira hekelde alle tsedaka baséther, alle weldoen in het geheim. Want, verklaarde hij, als men wéét dat iemand in het geheim weldoet, is het op eenerlei wijze mógelijk geweest, dit te vernemen... Dit schiep dubbele ijdelheid: het verlangen naar bekendmaking van eigen weldaden en het verlangen naar den naam, het „in het geheim" te doen. Van werkelijke tsedaka baséther mag nooit en nimmer ׳iets uitlekken omtrent den schenker. Eerst dan was er tsedaka baséther bedreven.
Zoo bits oordeelde Josua nu.
Sallie staarde, terwijl zijn vogeloogen zich wijd sperden. Ja, ja... die man bezat het geopenbaarde!
Deernisvoller hielp het antiquairtje nu Hereira aan nóg voordeeliger ramsjschoure...
Thuis stond een vuurroode Jodin met maanziek-
Inoewie-(inoui): ongehoord. — Sjaskende: dronk. — Soekous: Loofhuttenfeest, — Ramsjschoure: marktgoed.