94
— Die steekt ook zijn pijpje aan de zon op.
Huygens' varkensachtige wroetneusgaten begonnen
plots onkiesch, wijdopen te snuffelen en te snorken. Hij nam alle tegenstanders op de pieken van zijn gele haren. Hij donderde barsch los tusschen Van Haaf״ ten's pronk-woordvormen en Dijkstra's flauwe klets. Huygens bulderde bijna, dat de jonge schilders een geheel nieuwe beelding eischten. Al duizendmaal hadden zij zonneklaar betoogd, dat natuurlijke kleuren op een schilderij, het weergeven van natuurlijke atmospheer en normaal-perspectivischen afstand,
voor hen volslagen waardeloos waren geworden......
Met alle traditie en slaafsche vormnavolging moest worden gebroken. Wij hebben de Nieuwe Beelding, de abstracte Realiteit en de strakke gespannenheid
eener geheel nieuwe constructieve plastiek!...... Met
Van Haaften riep hij uit: wég met het oude!... Weg met alle gebondenheid van den natuurlijken vorm...
— Wat?... kreet Huygens, terwijl zijn wroetneusgaten snuffelden... Zelfs Rembrandt is ons waardeloos en Pablo Picasso een Meester! Ja, natuurlijk,... ik begrijp het best,... nu wijzen de menschen naar
mijn voorhoofd...... Gek, stapelgek is dat heer!......
Gelukkig tikken zij tegen hun eigen kanes op!... Doet er niet toe. Het is heel, héél moeilijk voor te stellen, na eeuwenlange beroemdheid en verheerlijking, dat... dat de toekomstige kunstenaars éénmaal tegenover Rembrandt......
— Bar... bar!...
— Piet-hiettede-die!...
— Tegenover Rembrandt, den Leidschen-polder-profeet...
— Die zijn koningskroon stiet tegen den hemel!
— De profeet,... hervatte Huygens,... ééns volkomen koud en onverschillig zullen staan, door de vrije beelding...... Ja, het is bijna niet in te denken!