93
Van Haaften verachtte al hartgrondiger de onderbrekers, aangevuurd door Hoeyendos. Nijdig keek hij neer op freule Boogaers van Swaen's gestrekte dans-feebeentjes en voetjes. Een storm van de moeilijkste vreemde woorden overborrelde zijn lippen. Hij gromde, brulde en brouwde. Rauw herhaalde hij:
— Wég ermee... zanglijsters en slampampers met omogia erbij!... Repristinatie brengt alleen verderf, afstomping, ontreddering! Breken en durven breken! De wereld is alleen maar slijk en modder...
Een spotstem eerbiedig klonk:
— II parle!
— Durven spuwen....... ziedde Van Haaften
voort,... spuwen... durven verklaren dat ook schalk en tragicus Shakespeare ons bijna niets meer doet in dézen tijd... Hoor maar de jonge Russen!...
— Juist, juist,... zie maar naar de Lofoftsi en het Protestantsche Holland,... kreet Robespierre, terwijl zijn wulpsche Mickey-Mouse-mond koel-wreed verstokte.
— En doodsbang voor de Profs!...... ironiseerde
Tillema.
Van Haaften keek weer wild-nijdig naar De Rooij, zwaaide afwerend de spichtige handen en vervolgde, met een stem donker als van een roerdomp-in-benauwenis:
— Wij bonzen tegen dit omnipotente, verouderde genie op... Deze lubrieke stiekemerd zonder ingenium, maakt schamele dooltochten door de menschelijke ziel. Hij is veel te gekunsteld, duldeloos kletserig en tegelijk plat en insouciant! Deze on frugale mensch geeft niet twee, maar duizend stokoude beelden van éénzelfde ding... Een koopman in onbetamelijkste metaphora.:. Wég ermee!... Miltgeelzucht krijgen we van zulke contrafaciente kwinkslagen en humor-van-taaitaai!
Tillema plakte heftig zijn haarglimsel en gromde: