en zoo menschelijk-magistraal de ontzachlijkheid, de breed-rhythmi-sche epiek en de duister-brandende realiteits-tragiek van Shakespeare gevoeld als Beethoven, ook zónder jeugd-studie in literatuur. Toch is de gebrekkigheid en het gedrochtelijk-verwilderde van zijn algemeene ontwikkeling pijnlijk.
Het moeilijk-styleerende b.v. van den volgroeiden Beethoven behandel en ontleed ik nog later in de karakteristiek van den briefschrijver en psychologie van den vreemden, rot-sigen prozaïst, geheel ongevormd, ongeborsteld, totaal zonder taalkundig talent en toch zoo kernig-ruig zégger en teugelloos woord-verbrasser.
Op zijn twaalfde jaar wierd Beethoven al gespeend van het lager-onderwijs; moest hij heel zijn gespecialiseerd wezentje concentreeren op muziek-studiën. Toch was allang gebleken dat hij wonderkind kon
82