zingend watergeruisch, heeft hij den eersten liefde-droom gebouwd, is hij als minnaar misverstaan, als vriend bewaard gebleven. Aan den ouden, gouden Rijn, nabij het Zevengebergte, heeft de jonge Beethoven het zachte geheim van zijn liefdesmachten uitgemijmerd, de toén al diepe natuur-romanticus, die zwelg-de van genot in al wat de stille aarde aan ruischende boomen had, aan blanke beken, aan woudgeurige plekjes. Daar droomde de vereenzaamde, die zich zou herwinnen in zijn geweldige menschelijkheid en al zijn persoons-liefde zou overdragen op de idealen der menschheid, omdat hij niet wou ondergaan in de romantiek, gelijk Schumann, maar wou stijgen naar de lithurgie der eeuwige vreugde, als in zijn ״Negende". Het verschil in liefde-smachten tusschen Schumann en Beethoven is: ... dat de een zich een kerkhof inzong en daar de zerken der dooden beweende, de ander als een alle
125