oen Ludwig's moeder stierf, toén juist was de greep van de Von Breuning's naar den verbitterden en verwilderden, stuur-schen jongen, een heerlijke daad van meevoeling. Al vóór zijn moeders dood was hij als lesgever bij de familie aan huis gekomen, maar daarna wierd zijn huiselijke vereenzaming door het inniger saamleven met de Von Breuning's gebroken. Daar was allereerst Frau von Breuning, weduwe van den Keulschen Hofraad. Ze had drie zoons en een dochter. Stephan von Breuning kreeg vioolles van den ouden Ries, en ook Beethoven. Op zijn beurt gaf deze klavierles aan Leonore en Lorenz von Breuning. Stephan bleef zijn leven lang een groot vriend van Beethoven, ook Christophel, de geheimraad, dilettant-poëet. Een echt knus-beschaafd milieu, met een innig-hartelijke huishoudelijke gezelligheid en het leven niet zonder maatschap-pelijken welstand. Daar zijn allereerst
T
109