152 sombere levens.
Probeer het. Het episch werken lukt het best tus-schen 's morgens zes uur en 's avonds twaalf. — Zie Homerus!
Mijn beginnelingen raken de kluts kwijt. Ik bemerk het. Nee, weg handboek; dan maar liever luk-raakl Boem! Daar is bij een roman noodig: compositieplan, factuur, groepeering van personen, belichting, tonalisatie, beschrijving, typeeiing, conceptie, bouw, doorwerking van dramatische en psychologische motieven, periodestudies, taalbeheersching. Ay! wat lastig dit alles. Dan maar geen roman. Schetsen. Klein werkl En mijn beginneling begint. Een ziel in de crematieoven! Om te rillen!
III.
Alex Booleman is een mensch van ernst! Echter niet alléén van ernst maar ook een van zeker kunnen. Hij heeft veel geleerd van anderen, en zeer dikwijls knoeyt hij erbarmelijk er op los. Eén eigenschap kan men hem echter nooit betwisten: in het psychologisch aanvoelen der dingen heeft hij iets eigens. Daar is al dadelijk zijn eerste schets: De Speler.
Typeering van een groepje Joodsche gokkers in een achterkamertje van een café. Tusschen deze duistere gokkert jes leeft een ongelukkigmensch. Een teringlijder. Aanvankelijk spelend voor afleiding, wordt in hem een hevige speelhartstocht gewekt. Hij is pechvogel. Verliest sommen geld. Hij beeft er van. Op een middag, na een groot verlies plots, staat hij ontdaan op, woest, en vloekt in de grootste ontroering bij zijn eenig zoontje, dat hij dien door den dood zal verhezen als hij weer meedoet.
Hevige ontsteltenis onder de lugubre gokkende Joodjes. Maar Semmie, de man van den vloek gaat weg. Niemand verwacht hem weer na zoo een hevigen vernie-lingsvloek! Den volgenden dag zitten de sombere