grootschevoeling gedragen op zijn statige rhythmen als op koele zuilen van arduin".
loftuitingen de ziel van middelmatige dichters vermoord" Alex Gdtteling
Kloos.
Voor eigen genoegen kan men weer het ranzige stijltje van den heer Gutteling in deze critiek ontleden. Hoofdzaak was hier te wijzen op tegenstellingen in oordeel.
Wat moet publiek van dat alles zeggen? Morgen beleeft het 't schouwspel ook den heer Gutteling aan den haak te zien bengelen van een of ander critiek-collega-poëet. En dat alles zoo maar lijnrecht tegen Kloos in, den dichter van critisch „gezag"!
Eerst ten opzichte van Van Eeden; toen ten opzichte van Scheltema; nu ten opzichte van Bastiaanse. Wie zal er volgen ? Zegt men, dat de drukke heer Gutteling toch »raak« was, dan begraaft men Kloos' bevoegdheid. Houdt men Kloos' gericht als vaandel vooruit, dan verdwijnt daarmee geenszins des schalkschen heer Gutteling's bewijzend-be weren!
Men kan ook zwijgen, glimlachen en ieder rechter zijns weegs laten gaan! Men kan ook zoo gezellig-dreunerig van toon en zoo gemoedelijk-twistjes-vermijdend zeggen: Wel ja, Gutteling en Kloos, ze hebben beiden hun weetje wél____
— Ja maar, sputter je tegen.
— Best, goed, duikelt de naar 'n compromis snakkende over je heen.
— Ontzegt hem____
— Goed-goed.
147