historische lotgevallen kennen, ook haar uitbreidingen en wijk-vervormingen bestudee-ren, geeft ons echter nog geen innerlijk gezicht op de geheimzinnigheid van haar ontstaan, haar bloei en gedeeltelijke verdwijning. Want een stad is een levend, organisch wezen, dat met velerlei geslachten meegroeit of waarvan enkele onderdeelen met weer kwijnende geslachten afsterven. Een stad is een organisch wezen dat onder gunstige maatschappelijke voorwaarden, telkens opnieuw uitbloeit en tallooze, schijnbaar vergane elementen in onherkenbare gestalten opnieuw opduiken ziet. De groeiwetten van een eeuwige reïncarnatie worden bevestigd, ook in een rijk van roode bak- en gele bergsteengevels, al is van het beginpunt naar een zeker eindpunt in den ontwikkelingsgang, nauwelijks eenige overeenkomst meer te merken tusschen wat er was en wat er is; even weinig als tusschen statige kleedij van Amsterdamsche schouten, burgemees-teren en schepenen der XVIIde eeuw en de ge-kleede jas der tegenwoordige vroedschap-magistraten.
Als wij voor een oogenblik ons zouden willen verbeelden, dat er in het huidige Amsterdam nog ergens een mensch leefde die óók acht eeuwen hér had bestaan, ten tijde van Aemstelredam's oorsprong, ten tijde van haar geheimzinnig-schoon
162