gen, als je ontwaakt en je doet daarna een wandeling, heb je een ontgoocheling te pakken. Zien-deroog takelt het oude, water-wijde Amsterdam voor je af. Hoeveel schuine topgevels nog? Hoeveel geestig-profileerende trapgevels nog? Hoeveel overwelfde bruggen?---- Tel ze;.... houd
ze in eere, onze Nederlandsche Renaissance-
bouwkunst____ Maar ik blijf in mijn goddelijk
Amstelledamme leven van vroeger; in het middel-eeuwsch- en oud-Amsterdam van de Oude Heeren van Aemstel, Leenmannen van 't Sticht en de Kerke van Uytrecht. Ik blijf toeven in zestien- en zeventiende-eeuwsch Amsterdam, het Amsterdam van Rembrandt, van Vondel, van Bredero, van Jacob van Campen en Henrick de Keyser, van Michiel de Ruyter en van den be-faamden hagepreeker Petrus Plancius.... en van Potgieter en Thijm.
II
Amsterdam is nóg bij gedeelten, wondermooi. Alleen al zijn laat-zestiende-eeuwsche Oude Zijds-Kolk! 0 Ik hoef me dat niet teilekens in te praten. Het is nóg heerlijk, in schaduw, in licht. Amsterdam is nog heel mooi, met bochten en buigingen, met kronkelende cingels en burgwallen; met zijn
l) Van Amsterdam begint het groote bloeitijdperk eerst in begin veertiende eeuw.
143