I
Er bestaat een boek van Van Maurik, dat heet: ״Amsterdam bij dag en nacht". Het is heel knus om te lezen; van een ongeloof elijke, saaie, pietluttige, literair-dilettantische levensver-valsching, maar als burgerlijke historie, als oude kronyk, dol- en dol-gezellig.
Ook ik heb nu jaren achtereen, onder alderlei wind en getij, Amsterdam bij dag en bij nacht gezien. Van de Van Mauriksche Amsterdamme-righeid helaas, is niets meer over dan wat verzakte kozijnen, dan een opgekalefaterde vlieboot, een gebeeldhouwde en genummerde schipspiegel in het Rijksmuseum; een verwezen diaak uit het Oude-Mannenhuis; een overslijtbare, ingemetselde gevelsteen; is niets meer over dan wat graveersel in koper of een verbleekte houtsneê. Het heerlijke oud-Amsterdam, — o Batavisch visioen, toen de Dam (Plaetse) nog een boter- en kaas-
141