HET IVOREN AAPJE
IÓ9
ook kan hij uitschieten: ״de beelden van zijn smart konden niet meer inwerken op hem." Aio! Op pag. 53 weet hij „roerselen" van vertwijfeling te „omhangen" met „passende" woorden. Ik zal hoopen valsche beelden en vergelijkingen onaangeroerd laten nu. We hopen alleen in Teirlinck op veel sterker, dieper, zuiverder karakterbeelding, objectiever psychologie. Een zoo fijn en rijk talent moet meer kunnen zijn dan enkel woordkunstenaar en woordvirtuoos. De innigheid van pastoor Doening's psychologie en menschelijke doorgronding bewijst het.