HET IVOREN AAPJE 143
vernuft is ingetogen, laat den moezelaar deunen, verdringt zijn smart in satyre. Het geeft liever een plastisch-arm pastorelletje, dan een pompeusvirtuoos geschetter en geklingel aan allen kant. Het verstands-vernuft is voor den bijteblauw, den zuurmuil, valsch jolijtelijk van kracht en verwe, — het gevoels-vernuft is altijd uiting van een abele ziel. Zijn spot is open, natuurlijk, zijn beelding krachtig en diep.
Het verstands-vernuft ciseleert met ponsjes en peutert kleintjes relief in de taal; de gevoels-stylist werkt in welige stroomingen van aandoeningen. Hij minacht het kunstige, het uitgedachte, vernuftig-bijeengeperste, zooals een mu-ziek-gevoelige een orchestrion haat. Er is geen levend tremolo in 't woord. Het zijn registers, die het levende geluid, de ziele-stem der spelers nabootsen.
Het gevoels-vernuft is veel weelderiger van sprudel en sprankelender van gloed-uit-het-inner-lijke ontschietend, dan het gedachten-vernuft. Het gedachten-vernuft, vooral uit den Shakespear-schen tijd, voert ons terug naar de gekunsteld-bevallige, berekende en schijn-loszinnige,keuriglijk bestyleerde geestigheden der vijftiende eeuwsche Italiaansche herder-romans, en pronkerig-be-peuterde fijnigheidjes der erotische klinkdichten-school. Als een fijnkundig handsmeedsel van woorden en woordekens worden de vernuftig-