HET IVOREN AAPJE 135
nairen geest-rijkdom. De warrige en fijn-weverige ingewikkeldheid van zijn gevoel en vernuft, zijn ontroering en waarneming, zal vele lezers op een dwaalweg lokken bij de karakteriseering van dit talent. In alles een tegenstelling met Streuvels, die de gezonde en struische levensvisie heeft van den vrij ademenden landman, de longen immer vol zuivere lucht, de ontroebele oogen naar den wisselenden hemel gericht. Streuvels, in alles door een Millet-achtigen eenvoud en ónsaamgesteldheid beheerscht, ruig, kras, forsch, en toch ieder zicht op het land en het landleven, doorweekt van een mystisch-romantisch gevoel, dat zich wijd en zijd uitstrekt, ver buiten peuterende waarnemingskunst, droog en sproeterig, der gemoedelijke realistische Noord-Nederlanders. In Streuvels is de romantiek een kleurige uitzwaai van den hunkerenden geest naar het verbeeldingsleven, bóven de vlakke kunst der droog-boekende observatie, een soort spanning van den drang naar vreemdigheden, oer-eigen, stammend uit de woelige scheppingsdrift der vlaamsche Gothiekers; Breughelachtig-knoestig en rijk-van-fantasterijen, die alevel dieper wroetelen in tragische zinnebeeldigheid ; in Teirlinck is de romantiek ver-latijnscht, geschift door den zwoelen adem van Baudelaire ; door de stekende ironie van Laforgue tot bijtende onrust aangekitteld, vlaamsch-verfranscht en geromaniseerd, de charme der