GEMEENSCHAPS-PHILOSOPHIE III 109
de methoden van het leiderschap, over de werking van den geest op het milieu, over invloed der productiewijze. En in het tweede deel: de meta-physica der gemeenschap, behandelt hij 0. m. oorsprong en ontwikkeling der illusies, waarde en beteekenis van het geloof; communisme en gemeenschapszin; zinnelijkheid en redelijkheid; dood en onsterfelijkheid; den zang der aarde; geest en wereld; enz. enz.
Wat u te citeeren van al zijn meeningen? Een hopeloos werk. Men kan alléén dit boek in zijn stijl-innerlijk en levensgevoel karakteriseeren en daardoor u een idee geven van des schrijvers geest en ziel. Lees bijv. zoo een zin uit: ,,De intellectueele gemeenschap," en volg hem in zijn opbouw en constructief karakter:
„Reeds in het spel treedt de intellectualiteit als een macht te voorschijn, die in het groeiend zelfbesef een eigen plaats verwerft, en de ontvangen indrukken als beelden verzelfstandigt. Aanvankelijk enkel beeldenspel en innerlijk gebeuren dat de oogenbliks-aandoeningen in hem aldoo rwis-selende menigvuldigheid najaagt en gadeslaat, wordt in de strenge school der ervaring eene verdichting verkregen, die eenheid brengt in het veelvuldige en samenhang in het toevallige; de chaos krimpt en schikt zich in de vormen, die hem omzetten in een logisch geordend geheel."
En nu den volgenden zin uit deel Twee: „De zang der aarde."
„De groote levensboom draagt velerlei vruchten; in