231
werkkring ala door wetenschappenen arbeid. In ’t bijzonder dienen vermeld den te vroeg ontslapen Tobias Tal (geat. als opperrabbijn van ’sHage 1898) vermaard als kanselredenaar en schrijver o.a. van het werk: ״Oranjebloesems uit de geschiedbladen van Neerlands Israël”. De tegenwoordige rector van hetNed. Isr. Seminarium, L.Wagenaar, heeft vele belangrijke letterkundige producten geleverd. Zijn ״Talmud en de oudste geschiedenis van het Christendom” wordt door de weten-schappelijke wereld hoog geacht, terwijl zijn verklaring van het Gebedenboek ״Hegjon Nefesj” een uitnemende handleiding is tot het begrijpen onzer schoone gebeden. De tegenwoordige opperrabbijn van N.-Holland, A. S. Onderwijzer, vervaardigde een met zorg bewerkte vertaling van Rasjie’s Thoraverklaring en de opperrabbijn J. Vredenburg maakte zich verdienstelijk door het schrijven van een vertaling en verklaring op den Pentateuch en het gebedenboek. De taalkundige geschriften van den rabbjjn J. D. Wijnkoop (overl. 1910) worden ook in het buitenland zeer gewaardeerd. Op geschiedkundig gebied verschenen werken van D. E. Sluijs en J. Hoofiën en van den in 1916 overleden opperrabbij n van Drente-Amersfoort M. Monasch.
Van 1875—’89 verscheen de ״Israelietische Letterbode”, een wetenschappelijk maandblad onder leiding van den bekwamen Meyer Roest (1821—’89), waaraan ook Dr. Dünner en zijn leerlingen medewerkten. In onze dagen valt er een opleving in het Joodsch-wetenschappelijk streven waar te nemen. Vooral op geschiedkundig gebied zijn in den jongsten tijd belangrijke werken en kleinere geschriften verschenen. Zooals in vroeger tijden de Hebreeuwsche drukkerijen te Amsterdam beroemd waren, kan Amsterdam thans bogen op zijn Joodsche bibliotheken de Livraria Montezinos en de Bibliotheca Rosenthaliana alsook particuliere boekenverzame-lingen, die de bewondering der geleerde wereld wekken.
In alle gemeenten ontstonden vereenigingen en stichtingen voor de Joodsche studie, die onder leiding van de ressortale