82 ERETS ISRAËL
We oordeelden het verstandiger naar Beilan terug te keeren en zoo ging het in optocht, de lantaarns voorop, naar den Chan terug. We vonden er een heel dragelijk nachtverblijf, maar weinig eten. Anton had een zak vol schildpadden, maar we konden niet begrijpelijk maken dat we daar soep van wilden hebben. Met uitzondering van een klein schildpadje, dat dank zij de goede zorgen van Anton de verdere reis met ons meemaakte, lieten we de dieren dan ook maar weer vrij.
’s Morgens vroeg bracht het rijtuig ons van de Beilan pas naar Alexandrette aan de Middellandsche Zee. De haven lijkt bijzonder gunstig gelegen •, het is zeker wel de beste haven aan de Syrische kust. En wanneer Alexandrette eenmaal door een spoorweg met Aleppo zal verbonden zijn, moet de plaats snel tot grooten bloei komen. Op de markt zagen we kisten met sinaasappels uit de Joodsche kolonies, waaraan ons bovendien ook herinnerde de voortreffelijke wijn uit Rischon le Zion, die ons hier, evenals in de andere plaatsen die we bezocht hadden, en zelfs ook op onze verdere reis in Klein-Azië menigmaal werd voorgezet. We vonden in Alexandrette conform ons reisplan een boot van de Oesterreichische Lloyd, die ons in een korte nachtreis naar Mersina bracht.
Mersina is door een spoorweg met Tarsus en Adana verbonden, maar de haven is lang zoo goed niet als die van Alexandrette. Zoowel in Mersina als in Alexan-