IÓ2 ERETS ISRAËL
Joodsche Volk zich vrij zal kunnen ontwikkelen. De verhouding tot het Turksche Rijk zal ongeveer zijn als die tusschen een zichzelf besturende kolonie en het moederland. Bij het Britsche Rijk zien we, dat een dergelijke verhouding alle partijen bevredigt.
Wanneer men nu mocht meenen, dat het Joodsche Volk later wellicht zich geheel van het Turksche Rijk zou losmaken, dan zou ik daartegenover willen opmerken, dat in de eerste eeuw daarop niet veel kans bestaat. En wie kan zeggen, wat er over honderd jaren wezen zal?
Ik stel mij voor, dat de Turksche Staat groote voor-deelen zou hebben van de vestiging van het Joodsche Volk in Palestina, al zou hèt maar alleen wezen, dat het thans verwaarloosde land weer in cultuur werd gebracht. En ik vertrouw dat de tijd niet ver is, waarop de Turksche Regeering een gedetailleerd schema voor deze Joodsche vestiging in goedgunstige overweging zal willen nemen.
De grenzen van het beschikbaar te stellen territorium zijn, dunkt mij, van zelf aangewezen. Ten Noorden de Libanon en ten Oosten de spoorweg van Damascus naar Maan en voorts de lijn getrokken van deze plaats tot Akaba. Het Sinaï-schiereiland behoort er bij en de verdere grenzen zouden wezen de Middellandsche zee en Egypte. En dit zou een verder voordeel zijn voor het Turksche Rijk, wanneer aan de grens van Egypte een