ERETS ISRAËL
een niet gering deel daaraan te danken, dat de leiding steeds strikt in het oog heeft gehouden, dat godsdienstige vraagstukken noch in woord, noch in geschrift onderwerp mochten wezen van Zionistische bemoeiingen. Immers de beweging moet in het geheele Volk weerklank vinden, zoowel bij orthodoxen als bij vrijzinnigen. Bij een beweging, die met zich voert vooruitgang en beschaving, mag de vrije gedachte niet worden belemmerd. En zoo stellen we ons voor, dat ook later in het Joodsche Land zoowel orthodoxen als modernen in volkomen vrijheid hun leven naar hun eigen godsdienstige overtuiging zullen inrichten.
Wanneer nu wel eens van orthodoxe zijde het bezwaar wordt geopperd, dat het Zionisme wil ingrijpen in Goddelijke beschikkingen, en eigenmachtig wil handelen waar het behoort te wachten op den van God gezondene, dan kan daarop enkel geantwoord worden, dat niemand zoo dwaas zal wezen zich te verbeelden tegen Gods wil iets te kunnen tot stand brengen. En dat ook zeker tegen Dien wil het doel van de Zionistische beweging niet zal worden bereikt. Maar tevens zou gevraagd mogen worden, of niet juist volgens de Goddelijke wetten die Zionistische beweging moest ontstaan en of degenen, die daarbij naar hun eerlijke overtuiging medewerken, niet alle werktuigen, bezielde werktuigen kunnen zijn in Gods hand ?