114 ERËTS ISRAËL
meeste gehecht is aan datgene, waaraan men veel moeite en tijd en geld heeft ten koste gelegd. In den Joodschen aard ligt dit zeker in niet geringe mate. We moeten hiervan partij trekken, en wanneer we de middelen verschaffen om het land in goeden staat te brengen en te voorzien van eenvoudige gebouwen voor het boerenbedrijf, dan moeten we als eisch stellen dat niet alles van één kant komt, en dat ook de landbouwers hun middelen voor de verbetering van den bodem aanwenden. Zij zouden zich dan tevens moeten verplichten tot periodieke betalingen, door welke zij na verloop van tijd eigenaars worden van den grond, dien zij bewerken. Dit vooruitzicht zal voorzeker heel wat meer werklust bij de kolonisten te voorschijn roepen dan het vroegere pachtsysteem, en het zal voor hen een prikkel wezen om niet te gauw het bijltje er bij neer te leggen, ook al mochten zij eens eenigen tegenspoed ondervinden.
Het is reeds herhaaldelijk voorgekomen, dat personen en instellingen in Palestina aanvragen om grond ontvingen van Joodsche families uit Rusland, die zich in het Joodsche land wilden vestigen en die een goeden prijs zouden willen betalen voor grond, die reeds in cultuur gebracht was en die met woningen en stallingen zou zijn voorzien. Ik vernam dat de prijs voor 200 dunam land met kosten voor verbetering, aanplantingen en onderhoud in een tijdvak van vijf jaar niet meer behoeft te bedragen dan ongeveer vijftienduizend gulden