NASCHRIFT.
Bij het ter perse gaan van dit boek, publiceeren de bladen twee getuigenissen van uiterst achtenswaardige menschen, die mijn beweringen en aanklachten zijn komen staven.
In „De Hervorming” is opgenomen een brief, door ds. L. de Baan van Oenkerk, den 7en Juni 1916 uit de gevangenis te Sneek verzonden.
In het begin van dit jaar werd ds. de Baan met nog een paar Friesche predikanten wegens onderteekening van het dienstweigeringsmanifest veroordeeld tot f 75 boete, bij niet-betaling te vervangen door 30 dagen hechtenis.”
Het zou de moeite loonen den geheelen brief aan te halen, maar wij moeten ons bepalen tot de volgende brokstukken:
Ds. De Baan beschrijft als volgt de aankomst in de gevangenis.
„Een transport,” zegt mijn geleider tegen den bewaarder, die de gevangenisdeur opendoet; en nu weet de man van het vak hoe hij verder met me handelen moet. Hij ziet me even aan. ’t Is ’n ander genre dan hij gewoon is. Maar het woord „mijnheer” wil hem toch niet uit den mond. „Ga maar even mee. Schoenen maar even uit.” Die maatregel is niet, omdat de andere gevangenen zoo teer van gehoor zijn, maar men moet eerst gemeten worden. Dan naar den directeur in zijn kamer. Die schrijft je in het boevenboek: een reuzen-