151
jurist gaat in dienst van den Moloch „jus" uit, van het verheffende standpunt:
Schurk of dief,
Heb je geld, ik heb je lief.
Dat al deze penitentie heibel volkomen overbodig is, bewees een jurist zelf. Mijn advocaat, tevens mijn vriend, Mr. J. Winkel, bracht mij om den anderen dag ook een bezoek. Dan echter ontving hij mij in een afzonderlijk vertrek, een behoorlijke kamer en ik kon mij zonder derden persoon met hem over wat ik wenschte, onderhouden. Ware het nu werkelijk zoo onmogelijk geweest, mijn uitgevers en mijn verloofde op dezelfde wijze een onderhoud toe te staan? Het bezoek aan een veroordeelde te Leeuwarden, die moord en inbraak op ’t geweten heeft, heeft precies op dezelfde wijze plaats als het bezoek aan iemand, die een boete wordt opgelegd voor de een of andere overtreding van luttelen aard, b.v. het tappen na bezetten tijd, het fiets-rijden zonder licht of het kloppen van een kleedje, buiten de aangegeven tijd en eerst als iemand die er geheel buiten staat, iemand wiens eigenlijk beroep is, het schrijven van drama’s en romans, gezondheid en tijd er aan opoffert om op den lijve deze misstanden te onderzoeken, dringt het tot de hersens van de juristenkaste door, dat het toch niet langer aangaat, in de twintigste eeuw de straffen toe te passen, uitgedacht door de barbaarsche Romeinen wier twaalf Caesars, Suetonius ons heeft geschetst, aldus ons de bron schilderend waaruit nog heden ten dage, de kaste der juristen in Nederland zijn wijsheid put. Het leed is nu geleden, maar ik hoop dat het thans dan ook voldoende is geweest en dat men degenen, die zonder noodzaak dergelijke toestanden deden voortduren, voorgoed de bons geeft. De tijden na den oorlog zullen de belastingen, terwille van de aflossingen van de leeningen ontzaggelijk opdrijven. Het is dus zaak te bezuinigen. Niets is eenvoudiger dan de begrooting van justitie met een tiental