202
niemand deed ook persoonlijk iets goeds. Men had slechts communeele deugden. Thans bleek waarom, wat vroeger onverklaarbaar was geweest, aan Satan op aarde zooveel macht was gegeven. Alleen door een persoonlijken strijd tegen Satan, kon zich de mensch immers van uit de vele geroepenen tot een der weinige uitverkorenen op werken. Zonder persoonlijke zonde en de persoonlijke bestrijding daarvan, geen persoonlijke deugd. Hooger leven kan zich slechts ontwikkelen door persoonlijk de verzoeking te weerstaan en alleen in de worsteling met Satan, kan de hoogere mensch geboren worden, de individueele mensch, die de zwakken met zijn kracht dan kan steunen en voorthelpen, zelfs zoo die zwakken zich in wanbegrip communeel tegen hem vereenigen. De held, de kruisdrager voor de zwakheid en zonde der anderen, de Verlosser en daardoor de Zaligmaker, het offer, het lam Gods, bleek noodzakelijk voor het voortbestaan en zich verheffen van den individueelen mensch.
De menschen werden in het Harmonische rijk allen telepathen, daar de communeele ziel de lichamelijke scheidingen, had overbrugd.
Toen kwamen er geslachten, die slechts eensylbige woorden gingen spreken.Daarna geslachten, dieslechts weinige Idanken uitten. Ten laatste geslachten, die evenals de boomen en de planten, geluidloos leefden en doofstom werden. Men begreep elkaar voldoende door het aanvoelen en den blik der groote, open,