Toch is het u maar een verschil van tijdsgevoel.
Gij vraagt of het nog de Harmonischen zijn. Inderdaad, in naam zijn ze het nog en zij meenen Zelve ook nog, dat zij het zijn. Maar in waarheid vormen zij slechts de versteende traditie van instellingen, die eens levende en bloeiende waren. Uiterlijk is alles nog zoo als in den tijd van den grooten bloei van het Harmonische Rijk. Innerlijk is de ziel verdord/'
„Is in hen dan de Christus Idéé niet levend gebleven en heeft zij zich ook in hen niet verder ontwikkelds"'
„Mijn lieve vriend, ik kan u daarop niet veel antwoorden. Want ook ik ben nog wordende en niet gaarne zou ik mijn eigen ontwikkeling vertragen, door van meer te willen getuigen dan ik kan en mag. Maar wat ik weet, zal ik u mededeelen. De eerste teekenen van den ondergang der Harmonischen vertoonden zich als een ongewone voorspoedigheid. De zorgvuldige opvoeding en opleiding door het voorgeslacht van het nageslacht had ten gevolge, dat dit nageslacht een zeldzame graad van volkomenheid bereikte. De kinderen behoefden bijna niets meer te leeren. Alles scheen hun ingeboren. Zooals eens vroeger de menschen zich tot ware monsters van intelligentie hadden ontwikkeld, omdat geslacht na geslacht, intelligentie als het hoogst bereikbare voor den mensch had beschouwd, ontwikkelden de menschen zich nu tot ware monsters,