i83
zelf was geweest, welke door Eva was gedood, gebraden en opgegeten. En dat aan de vrouw gezegd werd, dat zij de slang voortaan den kop zou vermorzelen en aan de slang, dat zij haar voortaan de verzenen zou vermorzelen, wekte afgrijzen en ongeloof. En al evenmin geloofde men aan Gods gezegde, dat de vrouw met smart kinderen zou baren. Men had thans sedert geslachten ervaren, dat het baren van een kind voor de gezonde, harmonisch ontwikkelde, geoefende en gevoede vrouw, een zaligheid was, waarnaar zij altijd weer verlangden en waaraan zij altijd weer met een gevoel van geluk terugdacht.
Evenmin konden de Harmonischen erkennen, dat sedert Adam, de mensch alle dagen zijns levens met smart van de aarde zou eten. Bij de Harmonischen was het uur van het middagmaal eiken dag een plechtige, gewijde feestelijkheid en het zien groeien van het gewas gaf geluk. Hoe waren de huizen en de wegen in de lente vervuld van de geuren der blanke en rozeroode boomgaarden. Hoe schoon, als de jonge vrucht zich gezet had. Welk een genot te zien naar het rijpen. En wat was er schooner, dan zoo'n zware appel- of pereboom met gestutte takken, in den herfst prijkende met zijn blozende vruchten. En het gebod tot den arbeid, het in het zweet des aanschijns brood eten, kon geen vervloeking zijn. Ja, misschien in de opvatting van een luien Oosterling, die geen grooter genot