XX.
De Harmonischen breidden zich langzaam maar gestadig uit. Voor 1950 hadden volken, die behoefte aan expansie kregen, öf gewelddadig bezit genomen van de landen der omringende volken en die aan zich onderdanig gemaakt, wat slavernij bij de onderworpenen en luiheid en ontaarding bij de overwinnaars veroorzaakte, öf de overwonnen volken hadden zich in de massa der overwinnende volken opgelost, wat bastaardij, ongelijksoortigheid en disharmonie ten gevolge had. Weer andere volken waren gewapend op schepen naar verre landen getrokken en hadden daar minder goed gewapende volken, die echter deswege geenszins moreel lager stonden, tot slavernij en onderworpenheid gebracht. Ook dat had luiheid, pronkzucht en verlaging van het moreel bij de koloniseerende volken veroorzaakt en de gekoloniseerde volken in hun natuurlijke, eigen ontwikkeling gestoord, zoodat men er kreeg rebellen, slaven of na-apers van den overwinnaar.
De Harmonischen breidden zich in dienende liefde uit. Daar waar, door het vertrek van de oorspronkelijke bevolking naar warmere zónen, groote landstreken braak lagen en vervallen steden ver-