164
waren opgegroeid, zoodat weldra de geheele beschaafde wereld verontreinigd werd door mannen, vrouwen en kinderen, die op verfijnd wulpsche wijze, dansend, zichzelf en de toeschouwenden verlaagden en prikkelden.
Het duurde verscheidene geslachten voor eindelijk ook de danskunst weder tot bloei kon komen. Men had thans strenge, statige danspassen in rhythmi-schen evenmaat, doch welk rhythme altijd streng beheerscht bleef, leeren uitvoeren. En men liet de kinderen, met bloesem- en rozenfestoenen, eenvoudige rei-dansen en kring-figuren uitvoeren. Deze dansen toegepast in de zang- en dansspelen, bleken ten laatste ook tot zuivere zielsuitingen verheven te kunnen worden.