XIX.
„Blijven zij bij dit voedsel gezonds"' vroeg prof. Leyden.
„Zij blijven niet alleen gezond, maar zij zijn zoo goed als onvatbaar voor ziekten, blijven tot op hoogen leeftijd zich jeugdig en veerkrachtig voelen, hebben geen last van tandziekten en uitvallende of zwarte tanden. Als zij door 't een of ander ongeval een wond krijgen, heelt de wond bijzonder snel. Doch ongevallen zijn zeer zeldzaam, hoewel iedereen met werktuigen omgaat. Want daar men alles doet in rhythmische evenmaat en harmonie, niemand gehaast of overhaast is, gebeuren er zoogoed als geen ongevallen. Men heeft leeren inzien, dat haast hebben, anderen haasten of zelf gehaast zijn, een vergrijp is tegen de zedelijkheid en een der vormen van moordzucht. Want de gehaaste of haastige verkort zijn leven, omdat hij meer willende beleven, dan het rhythme van zijn tijd veroorlooft, dien tijd en daarmee zijn psychisch evenwicht verstoort.
Nadat allen verzadigd waren begonnen al de aanzittenden, behalve een paar meisjes, die de tafel afruimden, in koor liederen te zingen. Hoewel toch zooveel menschen te samen gegeten hadden, bleef