iets hoogers dan dat — zij zijn ook allen vruchtenen groenteneters....”
„Inderdaad....ik zie geen vee.... Zijn de laken-velders uitgestorven?"'
„Luister toe, mijn geliefde. Toen dan de mensch-heid wegtrok van de streken der aarde waar gearbeid moest worden en soms wel gezwoegd om aan de toenemende, dagelijksche begeerten en behoeften te voldoen, bleven in Zuid-Holland eenige weinige mannen en vrouwen achter. Het waren zij, die in de stad Leiden sedert eeuwen geboren en getogen, van geslacht tot geslacht zittende aan de schoot der Alma Mater....”
Eumenia kon niet dadelijk voortgaan. Twee etherische armen omhelsden haar hals en twee etherische lippen drukten haar etherische lippen met al het eerste odd eener vurige, fluïdische liefde. Eumenia glimlachte van geluk bij deze eerste overwinning op hem, wiens partij flauto secundo zij eens tevergeefs bewonderd had.
„Bemint gij mij zoo, Horatio?"'
„Beminnen?’ Dat is een veel te zwakke term. Ik heb u lief.... intersferidaal, pyramidaal, daar, zelfs collegiaal....”
„Is het mogelijk!....”
„Ik heb in u mijn Lugdunum lief....”
„Crassa Minerva?"'
„Hoe meent gij, Eumenia?"' antwoordde professor Leyden opeens bekoeld.