132
de visch een bezield wezen erkende, een hoon inhield van den Christus, die immers van den dood opwekte, niet tot den dood veroordeelde, die het leven bracht, niet het leven nam. De psycho-analytici onder de vrouwelijke professoren, verklaarden dat de voorliefde voor vischgerechten, ja, het bijna ziekelijk verlekkerd zijn op visch, zoo kenmerkend bij de Joden, hier den schrijver van het evangelie van Johannes, parten had gespeeld. Vischetende volken zijn sensueele volkeren, de visch is in beweging, verschijningenwezen een corpus sensuale bij uitnemendheid. Zoo dan lukte het aan het Concilie niet, het geslacht te bepalen van het Nieuwe Testament, zoodat het niet, gelijk het zoo barbaarsche mannelijke Oude Testament, naar de psyche van de vrouw kon worden her-schreven.
Tot een nieuw Concilie bepaalde, dat het Nieuwe Testament, het Nieuwe Geslacht van den mensch had voorbereid en het nu, aan dit verrezen Nieuwe Geslacht stond, een levensleer uit te denken, welke als een volmaking van het Nieuwe Testament beschouwd kon worden. Doch Concilie na Concilie werd te zamen geroepen, maar men slaagde er niet in. Slechts slaagde men er in, langzaamaan den Christus naar Zijn waren Kern te doen voortkomen uit de vele windselen, waardoor hij door zijn naïeve en zoo ver beneden hem staande biographen, was beschreven."
„En hoe, lieve Eumenia, stonden de mannen tegenover deze Concilias"'