III
wereldoorlog, die van 1960, vond plaats tusschen de twee sexen, de mannen en de vrouwen, van de beschaafde of liever de ontwikkelde wereld. Wel zag men in beide kampen, in dat van de mannen en dat van de vrouwen, overloopsters en overloopers, maar dat waren of de zeldzame, buitengewoon hoogstaande mannen en vrouwen, die niets wilden weten van een geslachtsoorlog en het menschelijke boven het geslachtelijke wenschten te stellen of het waren de talrijke wezens, die zwak van ziel, zonder sexe-persoonlijkheid of sterke sexe-persoonlijkheid, zich aansloten bij de partij, welke hun of haar het meeste voordeel beloofde. Dan waren er nog de courtisanen, welke juist zich het beste thuisvoelden, daar waar zij als sterke minderheid konden vertoeven onder een sterke meerderheid van het tegenovergestelde geslacht.
Deze tweede wereldoorlog werd over alle linies, in alle landen, door de vrouw gewonnen. Want de vrouwen hadden de meerderheid van het aantal, zij hadden een grootere eenheid en zij waren geduldiger, vasthoudender, soberder en listiger dan de mannen. En ziedaar nu, Horatio voor uw oogen, de maatschappij, zooals zij zich na 1960 heeft ontwikkeld/'