105
„Die kennen wij op aarde en niet als te zeldzame uitzondering."
„Gij begrijpt mij verkeerd, Horatio. Ik meen niet, dat één vrouw haar echtgenoot er altijd gelukkig maakt met de zorg voor drie luiermanden tegelijk. Maar in de sfeer van het drieling, kent men drie geslachten — juist zooals in de bijenkorf. Een mannelijk geslacht, dat slechts de daar weinig geachte functie verricht van de bevruchting. Een vrouwelijk geslacht, dat baart. Een a-sexueel geslacht, dat allen arbeid verricht, geestelijke en materieële."
En staat hun beschaving op een hoog peil?"'
„Neen.... dat is onmogelijk bij een instelling waar zij die geestelijk arbeiden voor geslachtelijken, onbewust blijven van alle geslachtelijke functies. Men zou de maatschappij en de geestelijke ontwikkeling van het drieling kunnen vergelijken met de bijenkorf. Op zichzelf kunstig en vernuftig — maar zij komen nooit verder, zijn een eeuwige herhaling van zichzelf."
„Dus zijn zij wel ongelukkig?"'
„Nog niet — daar zij niet bewust er van zijn, dat zij zich altijd door herhalen. Hun smart zal beginnen, wanneer zij door Die De Vernieuwing is, besef zullen krijgen van andere verhoudingen dan den sexangulum en zich tot den septangulum zullen verheffen. Dan vervalt hun geheel maatschappelijk en geestelijk stelsel, alle verhoudingen zullen uit haar evenwicht worden gedrongen, maar het is alleen door smart en verwarring, dat men van den